PEDAGOGISCHE VISIE

Het doel van dit pedagogisch beleid is het ontwikkelen, verantwoorden, bewaken en zo nodig bijstellen van de pedagogische kwaliteit binnen onze kinderopvang.
Het pedagogisch beleid geeft de pedagogisch medewerkers en ouders inzicht in de visie en werkwijze van de Grabbelton. Zij kunnen aan de hand van dit pedagogisch beleid hun manier van handelen motiveren en verantwoorden en het biedt hen de mogelijkheid om de eigen deskundigheid te ontwikkelen.

Een goed pedagogisch klimaat: 4 basisdoelen

Een goed pedagogisch klimaat zorgt voor een optimale ontwikkeling voor ieder kind. Deze ontwikkeling van het kind verloopt beter wanneer gewerkt wordt met de vier pedagogische basisdoelen die tevens in de wet vermeld staan. De volgende 4 basisdoelen zijn de pijlers van onze pedagogische visie:

  1. het bieden van emotionele veiligheid;
  2. gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties;
  3. gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van sociale competenties;
  4. het bieden van de gelegenheid om zich de waarden, normen en de cultuur van de samenleving eigen te maken.


1. Het bieden van emotionele veiligheid

Een kind ontwikkelt zich door de omgeving te verkennen, te onderzoeken en nieuwe dingen uit te proberen; het zogenoemde exploreren. Voor kinderen is het belangrijk dat ze zich veilig en geborgen voelen. Dit geeft kinderen de ruimte en energie om de wereld om zich heen te gaan verkennen en om nieuwe vaardigheden te oefenen. De mate waarin een kind durft te exploreren, hangt af van de mate waarin een kind zich prettig en op z’n gemak voelt (het welbevinden). Onder welbevinden wordt verstaan of een kind zich zowel fysiek als emotioneel veilig voelt. Welbevinden geeft aan hoe een kind zich voelt. Kinderen met een hoog welbevinden zitten ‘lekker in hun vel’, hebben plezier, genieten, zijn spontaan, durven zichzelf te zijn en stralen ontspanning en innerlijke rust uit. Een hoog welbevinden heeft een positief effect op de sociaal-emotionele ontwikkeling. 

Daarnaast heeft een tweede criterium van belang: betrokkenheid. Betrokkenheid geeft aan hoe intens een kind bezig is. Kinderen met een hoge mate van betrokkenheid zijn uitermate geconcentreerd, van binnenuit gemotiveerd en gedreven. Ze laten de activiteit niet gemakkelijk los. Kenmerkend is de intense mentale activiteit waarbij ze zich bewegen aan de grens van hun mogelijkheden. Betrokkenheid is de meest directe aanwijzing dat een kind ‘in ontwikkeling is. Momenten van hoog welbevinden komen makkelijker voor als een diepere voorwaarde is gerealiseerd: zelfvertrouwen en goed functioneren (welbevinden). Kortom: welbevinden en betrokkenheid zijn te onderscheiden van elkaar, maar beïnvloeden elkaar wederzijds (Ferre Laevers).


Emotionele veiligheid betekent ook dat een kind zich emotioneel veilig voelt bij ons. Hiervoor is ook een vertrouwde relatie tussen het kind en de pedagogisch medewerker en tussen de kinderen onderling belangrijk.

Doordat de pedagogisch medewerkers veel tijd besteden aan een respectvolle en zorgvuldige fysieke verzorging van het jonge kind ontstaat er een emotionele band en geeft dit het kind een gevoel van geborgenheid.

In de, veelal, één-op-één momenten bereiden de pedagogisch medewerkers de kinderen voor en verwoorden ze de handelingen van zichzelf en van het kind. Onze pedagogisch medewerkers noemen hierbij het kind bij de naam en gaan het gesprek met het kind vóór de handeling aan. De pedagogisch medewerkers passen hierbij het spreektempo aan op dat van het kind.

Wennen
Voor kinderen is het belangrijk om de tijd te krijgen om te wennen, wanneer ze naar de kinderopvang komen of naar een volgende groep gaan. Ze moeten kunnen wennen aan de pedagogisch medewerkers, de andere kinderen, de structuur op de groep en aan de groepsruimte. Voordat de eerste opvangdag plaatsvindt, neemt de pedagogisch medewerker contact op met de ouders voor het plannen van een wen-ochtend of middag. Tijdens het wen-moment vindt ook het intakegesprek met de ouder(s) plaats. De ouder krijgt informatie over de dagelijkse gang van zaken en de pedagogisch medewerker wordt door de ouders geïnformeerd over gewoonten en bijzonderheden van het kind. Na 3 maanden wordt er een evaluatieformulier naar de ouders gemaild. Daarnaast vindt er, wanneer ouders daar behoefte aan hebben, een evaluatiegesprek plaats. Tussentijds kunnen ouders altijd een gesprek aanvragen.

Stabiliteit op de groepen
Vanuit onze pedagogische visie werken we met vaste pedagogische medewerkers, waarbij ieder kind behoort tot een vaste stamgroep en het erop kan rekenen dat er meestal minimaal één vaste pedagogisch medewerker aanwezig is. Omdat kinderen in een vaste groep worden geplaatst, ontstaan er vertrouwde relaties tussen de kinderen waardoor het gemakkelijker wordt om samen te spelen (Ryan en Deci, 2000).

2. Ontwikkeling persoonlijke competenties 

Kinderen hebben van nature de drang om zich te ontwikkelen. Ieder kind doet dat op zijn eigen unieke wijze. Een kind ontwikkelt zich voornamelijk door eigen spel en bewegen (Hanneke Poot, 2018). In het spel en bewegen maakt het kind zijn eigen keuzes waarbij het een eigen voorkeur heeft. Door te spelen, uit te proberen, kijken en imiteren, worden ook dagelijkse activiteiten een leermoment. Voelend handelend en spelend doen kinderen zo ervaringen op. Door te spelen, oefenen kinderen alle motorische, sociale, emotionele, cognitieve, morele en communicatieve vaardigheden die ze nodig hebben. Een kind leert hierdoor na te denken over dingen, vooruit te denken en te plannen. Het leert problemen op te lossen en hoe alles werkt. Bij de Grabbelton worden er materialen aangeboden die aansluiten bij het ontwikkelingsniveau en de interesses van het kind waarbij de pedagogisch medewerkers de kinderen uitdagen en stimuleren om hun capaciteiten te gebruiken. De groepsruimtes zijn overzichtelijk ingericht met duidelijke hoeken en een vaste plek voor het speelgoed.

Zone van de naaste ontwikkeling
Bij het stimuleren van de ontwikkeling van de persoonlijke competentie houden de pedagogisch medewerkers rekening met het actuele ontwikkelingsniveau en de ‘zone van de naaste ontwikkeling’. Het actuele ontwikkelingsniveau is datgene wat een kind zelfstandig kan. De zone van de naaste ontwikkeling ligt weer net een stapje hoger (Vygotsky). Dit omvat de vaardigheden die een kind nog niet zelfstandig kan, maar wel met hulp van de pedagogisch medewerker. Het stimuleren van de ontwikkeling vindt dus altijd plaats binnen de zone van de naaste ontwikkeling, door kinderen te stimuleren en vaardigheden te oefenen met hulp van de pedagogisch medewerker. Op deze manier tillen de pedagogisch medewerkers de kinderen steeds naar een hoger niveau. De pedagogisch medewerker maken hierbij altijd een weloverwogen inschatting van wat een kind met een beetje hulp kan en wat nog helemaal buiten zijn bereik ligt.

Motorische en zintuiglijke ontwikkeling
Kinderen krijgen bij de Grabbelton de ruimte om hun omgeving te ontdekken. De ruimtes zijn uitnodigend ingericht waarbij veiligheid, uitdaging en de aansluiting op de ontwikkeling en de interesses van het kind de voornaamste criteria zijn. Het aanbod bestaat uit ruimte voor vrij spel, gerichte activiteiten en bewegen.
Gedurende de dag worden zoveel mogelijk beweegactiviteiten geïntegreerd in het dagelijkse handelen bijvoorbeeld tijdens het aan- en uitkleden, tafeldekken en afruimen, kennismaken met allerlei materialen, bouwen, knippen, plakken en verven. Daarnaast is er op de groepen klim- en klautermateriaal aanwezig dat is afgestemd op de leeftijd van de kinderen. De pedagogisch medewerkers gaan zoveel mogelijk met de kinderen naar buiten waar kinderen kunnen rennen, fietsen, ontdekken en ervaren.

Baby’s worden voorzien van een bewegingsruimte die altijd iets groter is dan wat hij nodig heeft en van speelgoed dat inspeelt op zijn behoefte om te ontdekking.
Daarom worden bij de Grabbelton alleen de allerjongsten in de box gelegd tijdens momenten waarop ze zelf kunnen spelen. De meeste baby’s liggen op de grote speelmat in een grondbox waar ze alle ruimte hebben om te rollen, te kruipen en te bewegen. Doordat de grondbox open spijlen heeft, houden de pedagogisch medewerkers en de baby altijd zicht op elkaar. De baby wordt niet in posities gebracht waar hij zelf (nog) niet in of uit kan komen. Een kind dat bijvoorbeeld nog niet kan zitten, wordt door ons niet in een zittende positie gebracht of in een kinderstoel gezet.

Kinderen spelen op een onderzoekende manier als zij bezig zijn met het verkennen en onderzoeken van organismen, voorwerpen en verschijnselen, bijvoorbeeld als ze kleine beestjes vangen en bekijken, een handklopper onderzoeken of experimenteren met licht en schaduw. Als kinderen oplossingen bedenken en maken, zijn zij op een ontwerpende manier bezig. Denk bijvoorbeeld aan het ontwerpen en bouwen van een stevig huis in de bouwhoek.

Zelfredzaamheid
Vanuit onze pedagogische visie stimuleren wij kinderen om zoveel mogelijk zelf te doen. Wij respecteren de autonomie van het kind en geven het, op een positieve manier, de kans om dingen zelf uit te proberen en uit eigen ervaringen te leren.
Bij het stimuleren van de zelfredzaamheid wordt rekening gehouden met het karakter, leeftijd en de mogelijkheden van het kind.
De pedagogisch medewerker zal aan de ene kant de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van een kind stimuleren, maar is aan de andere kant ook verantwoordelijk voor de emotionele en fysieke veiligheid van het kind.

Onderzoekend en ontwerpend spelen
Onderzoekend en ontwerpend spel komt tegemoet aan verschillen tussen kinderen en aan hun individuele interesses en mogelijkheden. Het is hierbij belangrijk om ruimte te geven aan de behoeften van het individuele kind waarbij je het kind volgt.
Het activiteitenaanbod wordt zo afgestemd dat ieder kind zijn eigen weg kan kiezen, vanuit zijn eigen onderzoekende houding. Kinderen met verschillende talenten kunnen op verschillende manieren aan bod komen. Er zijn kinderen die meedenken en verklaringen proberen te bedenken en weer andere kinderen die in samenwerking tot originele plannen komen. Door open uitdagende activiteiten aan te bieden en open vragen te stellen betrek je alle kinderen bij de activiteiten.

Inrichting
Onze pedagogisch medewerkers creëren voor alle kinderen een rijke, uitdagende en veelzijdige speel-leeromgeving waarin kinderen in hun eigen tempo, passend bij hun ontwikkeling en interesses, op ontdekkingstocht kunnen gaan. Hierdoor wordt de betrokkenheid van kinderen vergroot en komen ze tot ‘rijk’ spel.
De hoeken zijn bij ons duidelijke gescheiden speelplekken, waarbij baby’s en de pedagogisch medewerkers elkaar altijd kunnen zien. In de hoeken liggen een beperkt aantal voorwerpen afgestemd op de leeftijd van elk kind. Voor de peuters zijn er hoeken waar zij zelfstandig, ongestoord en geconcentreerd kunnen spelen.
In de groepsruimte is voor de kinderen ook gelegenheid om te komen tot een rollenspel waarbij ze de wereld kunnen nabootsen en zelf vorm kunnen geven (bijvoorbeeld een keukentje).

3. Sociale ontwikkeling: bieden van sociale competenties

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat kinderopvang een positieve invloed kan hebben op de sociale vaardigheden van kinderen. Als vanzelfsprekend worden kinderen in de opvang in een sociale omgeving geplaatst waarbij er verschillen zijn tussen de kinderen in leeftijd, individuele kenmerken, geslacht, vaardigheden, behoeften, ervaringen en gedragingen. Omdat al deze individuele kinderen proberen hun eigen behoeften, wensen en belangen te realiseren, leidt dit tot onderlinge afstemming: emoties, vriendschappen van wisselende duur, ruzies, samen spelen en alleen spelen. Dit is een dynamisch proces waarbij onze pedagogisch medewerkers af en toe sturen of tussenbeide komen.
De pedagogisch medewerkers leveren een bijdrage aan de sociale ontwikkeling van kinderen door te observeren en zo nodig de sociale interacties bij te sturen en door zelf het goede, gewenste gedrag te geven.

Er is voldoende speel materiaal waardoor meerdere kinderen met hetzelfde materiaal kunnen spelen. Ook werkt de indeling van de ruimte hier stimulerend in. Er zijn meerdere hoeken en plekken waar kinderen samen of in rust kunnen spelen. Kinderen storen elkaar daardoor niet veel.

4. Het eigen maken van waarden, normen en cultuur 

Wij vinden het belangrijk om kinderen te helpen bij het ontwikkelen van hun eigenwaarde en een positief zelfbeeld zodat het kind de wereld durft te ontdekken en vertrouwen heeft in zijn eigen mogelijkheden. Een pedagogisch medewerker sluit zoveel mogelijk aan bij het kind door het kind te volgen, in te spelen op de behoeften van het kind en bevestiging te geven op de initiatieven van het kind. Een kind zal zich dan gehoord en gezien voelen waardoor het zelfvertrouwen toeneemt. Pedagogisch medewerkers willen het kind het gevoel te geven dat het onvoorwaardelijk wordt geaccepteerd. Hierbij is het van belang dat het kind begrijpt en/of voelt dat bepaald ongewenst gedrag wordt ‘afgekeurd’ om het gedrag en niet om de persoon. Dit veilige klimaat draagt bij aan het welbevinden van het kind. Daarnaast is het van belang dat het kind socialisatievormen krijgt aangeboden die het ontwikkelen van persoonlijke competenties zoals veerkracht, emotieregulatie, impulscontrole, autonomie, cognitieve en taalvaardigheden mogelijk maakt. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de ontwikkeling van sociale competenties zoals empathie, pro-sociaal gedrag en het ontwikkelen van sociale verantwoordelijkheid.
Pedagogisch medewerkers die dagelijks met de kinderen omgaan, zijn rolmodellen en dragen vanuit die positie normen en waarden over aan de kinderen.

De pedagogische visie van De Grabbelton

Onze pedagogische visie is niet gebaseerd op één specifieke methode of theorie. Wij vinden het belangrijk om de focus op verschillende pedagogische onderwerpen te leggen. De Grabbelton kiest ervoor om verschillende werelden samen te brengen in een specifieke en unieke Grabbelton visie, waarin welbevinden en betrokkenheid de belangrijkste pijlers vormen. Hierdoor wordt aangesloten op het 'pedagogisch curriculum voor het jonge kind in de kinderopvang' (R. Fukking, 2017).


Neem ook een kijkje bij onze missie pagina om een goed beeld te krijgen van de missie van  Kinderopvang De Grabbelton en onze pedagogische visie op het kind.

GGD inspectierapport

De GGD controleert de kwaliteitseisen bij een kinderopvang. Zij voeren inspectie om te controleren of het proces van de 4 pedagogische basisdoelen wordt nagestreefd. Wanneer de 4 pedagogische basisdoelen van Riksen Walraven worden ingericht als uitgangspunt, wordt de ontwikkeling van het kind verbeterd.

Kinderopvang de Grabbelton

Enthousiast geworden over de Grabbelton? Kom gerust eens bij ons langs voor een rondleiding en om de sfeer te proeven.

Rondleiding aanvragen

Lees meer

Het bieden van lichamelijke en emotionele veiligheid 

De Grabbelton vindt het belangrijk dat een kind zich veilig voelt. Een kind dat zich veilig voelt, voelt zich goed en heeft energie om te leren en zich te ontwikkelen.

De Grabbelton schept hierin de volgende voorwaarden:

Vertrouwde relaties
Een relatie is het resultaat van herhaald contact. Een vertrouwde relatie ontstaat door een herhaald positief contact tussen kind en pedagogisch medewerker. Door langer met elkaar om te gaan, ontstaan verwachtingen en ontstaat er een emotionele band. De Grabbelton biedt kinderen een veilige en vertrouwde omgeving van waaruit het kind de ruimte krijgt om de omgeving te verkennen. Een warme, vertrouwde relatie met de pedagogisch medewerker is hierbij van essentieel belang. Daarnaast vormt het wenproces, voor aanvang van de plaatsing, een belangrijk startpunt voor het opbouwen van een vertrouwensrelatie tussen het kind en de pedagogisch medewerker en tussen de pedagogisch medewerkers en de ouder(s). Tevens hecht De Grabbelton veel waarde aan een zorgvuldige, aandachtige fysieke verzorging van het jonge kind omdat dit het kind het gevoel van geborgenheid geeft.

Structuur en voorspelbaarheid
Voor jonge kinderen is de hele wereld nieuw. Daardoor gebeuren er veel onverwachte dingen. Alles is onvoorspelbaar. Jonge kinderen zoeken daarom de nabijheid van hun ouders of pedagogisch medewerkers. Ze vertrouwen erop dat die goed op hen zullen passen. Bovendien geven de ouders en pedagogisch medewerkers structuur. Ze geven duidelijk aan wat wel en niet kan en ze begrenzen de ruimte. Binnen die ruimtes kan een kind op avontuur.

Een gezonde omgeving en basisbehoeften
Een veilig pedagogisch klimaat stelt eisen aan de materiele omgeving. Deze omgeving moet hygiënisch zijn en kinderen moeten zich vrij kunnen bewegen zonder gevaar van lichamelijk letsel. Daarnaast komt de omgeving tegemoet aan de veelzijdige ontwikkelingsbehoeften van kinderen. Bij de Grabbelton is er aandacht voor alle basisbehoeften.

Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties
Ontwikkelen en leren lijkt bij jonge kinderen vanzelf te gaan. Ze gaan uitdagingen aan, doen elkaar na en willen hun triomfen delen. Kinderen ontwikkelen zich in interactie met hun sociale omgeving. Ouders en pedagogisch medewerkers hebben een grote invloed op die ontwikkeling. De pedagogisch medewerkers stimuleren de persoonlijke competenties van de kinderen.


De persoonlijke competenties zijn uitgewerkt in

Emotionele competenties
KIJK IK MAG ER ZIJN
Het gevoel van er mogen zijn en op anderen te kunnen vertrouwen ontstaat bij kinderen in relatie met andere mensen, zoals het vertrouwen in pedagogisch medewerkers, bewustwording van zichzelf, vertrouwen op eigen kracht en vermogen, bewustwording van identiteit, sekse, leeftijd en persoonlijke kenmerken.

Cognitieve competenties
KIJK, IK VOEL, DENK EN ONTDEK
Jonge kinderen zijn kleine onderzoekers. Ze willen hun wereld snappen: hun sociale wereld, hun gevoelswereld en de natuur en de dingen. En ze verruimen hun wereld door nieuwe ontdekkingen.

Communicatieve competenties
LUISTER, IK KAN HET ZELF ZEGGEN
Zelfs de allerjongste kinderen hebben vaardigheden om zichzelf kenbaar te maken. Door geluidjes, gebaren, kijken, oogcontact en bewegingen. Rond het eerste jaar komt daar de taal bij. De taal van jonge kinderen is aanvankelijke zeer beperkt, maar effectief voor de goede verstaander. De Grabbelton werkt vanuit de visie van Reggio Emilia die uitgaat van een uniek, leergierig en creatief kind dat graag wil communiceren. Daarnaast werken we met VVE waarin taal wordt gestimuleerd door het aanbod van Piramide-projecten.

Motorisch-zintuiglijke competenties
KIJK, IK KAN ‘T ZELF, HET LUKT ME
Jonge kinderen hebben een aangeboren drang om dingen zelf te doen. Eerst binnen de relatie met hun verzorgers, bijvoorbeeld leren zuigen, zich omdraaien. Later in toenemende mate zelfstandig, bijvoorbeeld kruipen, los leren lopen, glijden, fietsen, zelf eten en drinken.

Morele competenties 
KIJK, IK BEN EEN LIEF, GOED KIND
Jonge kinderen willen er graag bij horen en verlangen naar goedkeuring. Ze zijn ontvankelijk voor regels en gezamenlijke rituelen. Ze leren gehoorzamen en ook om zichzelf te gehoorzamen. Dat laatste wil zeggen dat ze minder impulsief worden.

Creatief en beeldende competenties
KIJK, IK KAN DANSEN, ZINGEN EN IETS MAKEN

Ritmes, bewegen en zanggeluid maken horen bij de natuur van mensen. Evenals de neiging om zich uit te drukken in materie, door verven, tekenen, kleien, dingen maken en versieren. Plezier in schoonheid, eigen lijf en samenzijn zijn hiermee verbonden. Competenties die kinderen leren, hebben betrekking op:

 

Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van sociale competenties
Pedagogisch medewerkers zorgen ervoor dat alle kinderen zich veilig, geborgen en geaccepteerd voelen. Dat is de basis van de sociale ontwikkeling. Sociale kennis en vaardigheden zoals het zich in een ander kunnen verplaatsen, kunnen communiceren, samenwerken, anderen helpen, conflicten voorkomen en oplossen, het ontwikkelen van sociale verantwoordelijkheid. In de omgang met leeftijdsgenootjes en volwassenen leert het kind de uitwerking van zijn gedrag op anderen kennen. Hierdoor ontwikkelt het kind inzicht in de eigen gevoelens. Het leert al vroeg de betekenis van delen, troosten, helpen, rekening houden met anderen en omgaan met conflicten.

Het eigen maken van waarden en normen
KIJK, IK GROEI
Een kind wordt gevormd door de omgang met volwassenen en andere kinderen. Kinderen leren waarden en normen in de relatie, communicatie en interactie tussen kinderen onderling en tussen kinderen en volwassenen.
Ze moeten de kans krijgen om zich de waarden en normen en de ‘cultuur’ van de samenleving eigen te maken waarvan zij deel uitmaken. De pedagogisch medewerkers hebben hierbij een voorbeeldrol.
Waarden geven uitdrukking aan de betekenis die mensen hechten aan bepaalde gedragingen of gebeurtenissen. Het zijn ideeën of opvattingen die aangeven hoe belangrijk mensen iets vinden. Normen vertalen de waarden in regels en voorschriften naar de manier waarop mensen zich behoren te gedragen.
De pedagogisch medewerkers verzorgen kinderen een (groot) gedeelte van de week. Hierdoor dragen de pedagogisch medewerkers mede de verantwoordelijkheid voor het overbrengen van de waarden en normen. Het is dan ook van belang dat pedagogisch medewerkers en ouders communiceren over wat de wensen zijn in de opvoeding, omgang, de regels met betrekking tot elkaar en tot het kind. Het kind leert spelenderwijs om op een respectabele manier met anderen om te gaan. In haar handelen en houding brengen de pedagogisch medewerkers waarden en normen over op de kinderen.

Uitgangspunten pedagogische basisdoelen
Voor het realiseren van de pedagogische basisdoelen hanteert de Grabbelton de volgende uitgangspunten:

Pedagogiek van Emmi Pikler
De visie van Emmi Pikler richt zich vooral op kinderen van 0 tot 2 jaar. 
Emmi Piklers’ benadering kenmerkt zich door twee principes: respect voor de behoefte aan een stabiele, persoonlijke band en respect voor de zelfstandige activiteiten van het kind. Vanuit deze principes ontstaat een derde: de noodzaak om het leven van het kind zinvol te organiseren. Er is een tijd voor rust en slaap, een tijd van wakker zijn in contact met de pedagogisch medewerker die het kind verzorgt en een tijd om zelf actief bezig te zijn. Deze tijden worden zo georganiseerd dat het kind er optimaal van kan profiteren. De dagelijkse verzorging (eten, wassen, verschonen, aankleden) is een belangrijke bezigheid. Het is het moment om samen te zijn en elkaar te leren kennen. Het respect voor het initiatief van het kind speelt in de visie van Émmi Pikler' een belangrijke rol.
Er zijn verschillende invloeden op het spel van baby’s zoals de ‘voorbereidende omgeving’, het spelmateriaal dat wordt aangeboden. Het spelmateriaal sluit aan bij hun leeftijd en belangstelling. Tijdens het vrije spel beschikken kinderen over een ruimte die aangepast is aan hun behoefte aan veiligheid, ontwikkelingswensen en hun behoefte om te ontdekken. De ‘speelplek’ is de plek waar kinderen omringd door hekjes, ongestoord kunnen spelen. Het is de taak van de volwassenen niet direct in de speelactiviteit in te grijpen.

De pedagogiek van Reggio Emilia
Reggio  gaat uit van het onderzoekende kind. Kinderen zijn sterk, nieuwsgierig, enthousiast en ondernemend de wereld willen leren kennen. Zoals de kinderen naar de wereld kijken, waarnemend en onderzoekend, zo kijken volwassenen naar kinderen. Het kindbeeld wordt als basis van alles gezien. Het is het uitgangspunt van alles wat we doen, een visie op zowel ons werk als de wereld. De basis van deze pedagogische stroming is dat ieder kind vanaf de geboorte eigen talenten en eigen interesses heeft, dat ze nieuwsgierig en creatief zijn en dat dat gestimuleerd moet worden.
Reggio Emilia gaat uit van een uniek, leergierig en creatief kind dat graag wil communiceren. Zowel met andere kinderen als met de groepsleiding. Communiceren is niet alleen een kwestie van woorden, je communiceert ook via klanken, beweging, kleuren, schilderen, etc. Dit wordt “de honderd talen” genoemd. Daarnaast wordt de nadruk gelegd op de gemeenschap en het ‘samen doen’. Vandaar dat ouders en anderen in de omgeving van de kinderen en de Grabbelton nadrukkelijk betrokken worden bij de activiteiten.  
Reggio Emilia visie gaat namelijk uit van het idee dat opvoeding tot stand komt in wisselwerking met zowel de omgeving als de betrokken mensen.
In de praktijk houdt het in dat de kinderen bij De Grabbelton veel ruimte krijgen om zelf te ontdekken en zelf keuzes te maken. In plaats van de kinderen bezig te houden worden de kinderen gemotiveerd om zelf te ontdekken.

De methode Piramide
Deze methode is gericht op voor- en vroegschoolse educatie. Het kind wordt door het gebruik van Piramide goed voorbereid op de basisschool. Onze medewerkers hebben de gehele cursus van deze VVE methode gevolgd.
‘Piramide’ stimuleert jonge kinderen op een speelse manier in hun ontwikkeling. Door het aanbod van verschillende activiteiten krijgen ze in een veilige omgeving grip op de wereld. Zo biedt De Grabbelton elk kind de kans om zich optimaal te ontwikkelen. Piramide kent vrij en gericht spel. Bij het vrije spel ligt het initiatief bij het kind dat zelf kiest waarmee het wil spelen. Zijn de kinderen met een project bezig, dan spelen ze gericht spel.
In de Piramide-methode is volop ruimte voor zelfstandig leren en ontdekken. Kinderen krijgen een rijke leeromgeving aangereikt, waarin ze eigen initiatieven kunnen ontplooien. Tijdens de projecten wordt bijvoorbeeld een aantal hoeken aangepast aan het thema. Zo worden kinderen gemotiveerd en geprikkeld in hun nieuwsgierigheid. Piramide biedt hulpmiddelen om te zorgen dat alle ontwikkelingsdomeinen goed aan bod komen. Ook geven ze een opbouw in moeilijkheidsgraad/uitdaging. Hierdoor werkt de Grabbelton gericht aan stimulering van bepaalde aspecten van de ontwikkeling. 

Het volledige pedagogisch beleidsplan ontvangt u nadat uw kind is aangemeld bij de Grabbelton.

Lees minder