Praktische informatie peuteropvang


Stichting Peuteropvang de Grabbelton heeft twee groepen peuteropvang: de Driewieler (verbonden aan basisschool St. Jozef en onderdeel van kindcentrum 6Gehuchten) en de Boomgaard (bij basisschool 't Klokhuis en onderdeel van kindcentrum de Appelgaard). De groepen bestaan uit maximaal 16 kinderen van 2 tot 4 jaar.
Op elke groep staan twee pedagogisch medewerkers, eventueel aangevuld met een stagiaire of vrijwilliger. Elk kind heeft een eigen groep met dezelfde pedagogisch medewerkers, de zogenaamde stamgroep.

Op woensdagochtend is er een 3+ groep.  Dit is een groep waar kinderen vanaf 3 jaar voorbereid worden op de basisschool. In deze groep worden speciale “3+ “ activiteiten aangeboden.
De 3+ groep verschilt wat betreft indeling en inhoud van de 2-4 jarige groepen. De pedagogisch medewerker biedt  in deze groep gerichte activiteiten aan die aansluiten bij de belevingswereld en het ontwikkelingsniveau van peuters van drie jaar. Er wordt met gericht ntwikkelingsmateriaal gewerkt waardoor de kinderen spelenderwijs in aanraking komen met vaardigheden die ook op de basisschool van belang zijn. Daarnaast krijgen de peuters extra uitdaging tot zelfstandigheid.

Als uw peuter een indicatie heeft vinden wij het heel belangrijk dat hij/zij deelneemt aan de 3+ activiteiten. Daarom wordt uw peuter vanaf zijn/haar 3e jaar, mits er plaats is, automatisch ingedeeld in de 3+ groep op de woensdagochtend.
De planningsmedewerkers zullen dan bekijken welk dagdeel komt te vervallen zodat uw kind altijd vier dagdelen naar de peuteropvang kan komen.

Tijdens het brengen en halen van de kinderen kunt u informatie uitwisselen met de pedagogisch medewerkers. Wilt u even rustig met hen praten, dan kunt u daarvoor altijd een afspraak maken.
Belangrijke informatie van de kinderen wordt  mondeling aan de ouders doorgegeven. Op het moment dat uw kind naar de basisschool gaat vindt er een zogenaamde 'warme overdracht' plaats met de school.

Naast de dagelijkse contacten hebben wij:

  • een intakegesprek voor aanvang van de opvang
  • een evaluatiegesprek, 3 maanden na plaatsing
  • Twee keer per jaar een oudergesprek op basis van observatie


Informatieplicht
De Grabbelton informeert de ouders jaarlijks over de inspecties van de GGD en de jaardoelen naar aanleiding van het klanttevredenheidsonderzoek en de risico- inventarisaties.
De inspectierapporten van de Grabbelton en andere kinderopvangorganisaties vindt u op de website www.landelijkregisterkinderopvang.nl


De Grabbelton heeft  de volgende samenwerkingsverbanden:

Basisscholen
Samen met de twee Eenbes basisscholen werken we vanuit dezelfde visie op het gebied van de basisontwikkeling van kinderen. Het belangrijkste doel daarvan is het bevorderen van een brede ontwikkeling.
Wij werken samen met:

  • Sint Jozefschool
  • 't Klokhuis

Eenbes en partners
Stichting peuteropvang de Grabbelton werkt samen met Eenbes en andere kinderopvangorganisaties (Potje Knor, Korein, de Wonderwereld) die alle gevestigd zijn in of nabij een Eenbesschool. Wij werken hierbij op een constructieve wijze samen. We delen onze ervaringen en expertise met elkaar op het gebied van het jonge kind. Op deze wijze kunnen wij voor alle kinderen die onder de Eenbes vallen een krachtig, breed gedragen en eenduidig aanbod verzorgen.

Gemeente
Stichting peuteropvang de Grabbelton wordt gesubsidieerd door de gemeente Geldrop-Mierlo.  De gemeente Geldrop-Mierlo ziet dit als belangrijke schakel in de keten rondom het jonge kind, vooral binnen het jeugdzorgbeleid.

De doelen van de gemeente op dit gebied zijn als volgt:

  • Optimaliseren van de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen die de peuterspeelzalen bezoeken.
  • Vroegtijdig signaleren van bedreigingen in de ontwikkeling van kinderen in de voorschoolse opvang en de begeleiding daarop aanpassen.
  • Waarborgen van de doorgaande ontwikkelingslijn.

Jeugdgezondheidszorg
Het consultatiebureau van ZuidZorg is onze vaste partner binnen het zorgteam van de peuteropvang. Wanneer er sprake is van zorg bij kinderen werken zij samen binnen het gemeentelijke signaleringssysteem

Bibliotheek Dommeldal
Bibliotheek Dommeldal en kinderopvang de Grabbelton hebben een samenwerkingsovereenkomst getekend. Deze samenwerkingsovereenkomst markeert de samenwerking, met het accent op leesbevordering en plezier met lezen. Samen organiseren de Grabbelton en de bibliotheek naast leescampagnes en voorleesactiviteiten ook workshops, presentaties, ontbijtjes, bibliotheekbezoeken en andere activiteiten. De Grabbelton geeft hiermee vervolg aan de thema's uit het VVE programma. En, als partner van het leesbevorderingsnetwerk in de regio, biedt de bibliotheek graag ondersteuning, met expertise, in het aanbod van materialen en het aandragen van ideeën.

Fysiotherapie Zesgehuchten
Fysiotherapie Zesgehuchten is, evenals de Grabbelton, gevestigd aan Oosteinde. Kinderen die fysiotherapie nodig hebben kunnen tijdens de opvangtijd gebruikmaken van de diensten van deze praktijk. Meer informatie vindt u op http://fysiotherapiezesgehuchten.nl/

Thuiszorgorganisatie
Het consultatiebureaus van ZuidZorg is onze vaste partner binnen het zorgteam van de peuteropvang. Wanneer er sprake is van zorg bij kinderen werken zij samen binnen het gemeentelijke signaleringssysteem

Wanneer uw kind jarig is, kan dit bij de peuteropvang gevierd worden. Wanneer u uw kind wilt laten trakteren, vragen we u om dit vooraf aan de pedagogisch medewerker te melden. Uiteraard gaat onze voorkeur uit naar gezonde en verantwoorde traktaties.

Als uw kind nog niet helemaal zindelijk is, is het handig als u zorgt voor extra ondergoed en kleding die gemakkelijk aan- en uitgedaan kan worden. Bij een ‘ongelukje’ kunnen de pedagogisch medewerkers, als dat nodig is, het kind kleding van het dagverblijf aantrekken. Wilt u deze kleding zo snel mogelijk weer schoon terugbrengen?
We proberen elke dag buiten te spelen of te wandelen. Het is prettig als kinderen zich goed kunnen bewegen en zich vuil kunnen maken bij het spelen met bijvoorbeeld zand, verf of klei. Wilt u hiermee rekening houden met de kleding van uw kind?

Als uw kind luiers gebruikt, dient u hiervoor zelf te zorgen Ook hebben wij een luierrecyclingservice. Op de locatie aan Hazelaar staat hiervoor een speciale container, waar u gebruik van kunt maken.
Luierzakken zijn gratis te verkrijgen in de voorhal van de locaties. De luiers worden wekelijks opgehaald en gerecycled.

Een kind dat zich niet goed voelt heeft extra zorg en aandacht nodig. De pedagogisch medewerkers kunnen een ziek kind echter niet de aandacht geven die het verdient. Bovendien heeft een ziek kind vaak meer behoefte aan rust. Als uw kind ziek is en de kinderopvang niet komt bezoeken, verzoeken wij u dit telefonisch of per email voor 09.00 uur aan ons door te geven via naar driewieler@degrabbelton.nl of boomgaard@degrabbelton.nl Andere ouders zullen geïnformeerd worden bij eventueel besmettingsgevaar. Als het kind direct medische hulp nodig heeft, zal de eerste zorg uitgaan naar het kind. Vervolgens wordt zo spoedig mogelijk contact met u opgenomen.
Als uw kind tijdens de opvangperiode medicijnen in moet nemen, wordt er door de pedagogisch medewerker nagegaan of dit past binnen het protocol ‘ziekte en ongevallen’. In geval van toediening dient er een geneesmiddelenformulier ingevuld te worden dat op het ouderportaal staat. 

Handelswijze bij zieke kinderen:

  • De pedagogisch medewerker noteert de symptomen, de temperatuur, datum en tijdstip in het portaal
  • Wanneer een kind zich niet goed voelt, overlegt de pedagogisch medewerker met de ouders over het verdere handelen. Ouders worden verzocht het kind op te komen halen. Ouders dienen ervoor te zorgen dat de gegevens van hun kind(eren) volledig zijn ingevuld zodat men weet waar je ouders/verzorgers kunt bereiken of, indien zij niet bereikbaar zijn, een noodnummer kan bellen. Ouders kunnen de gegevens zelf aanpassen via het ouderportaal
  • De locatiemanager meldt ernstige infectieziekten (b.v. hersenvliesontsteking) altijd bij de GGD.
  • Als er binnen de Grabbelton sprake is van een infectieziekte, zorgt de pedagogisch medewerker ervoor dat ouders/verzorgers daarvan op de hoogte zijn (bijvoorbeeld door de informatie op daarvoor bestemde vaste plaatsen te hangen) eventueel met de informatie die de GGD heeft over de betreffende ziekte. Wij raadplegen hiervoor de informatiemap van de GGD: infectieziekten en hygiëne in kindcentra.
  • De pedagogisch medewerker doet, zodra er signalen zijn dat een kind ziek is of zich ziek voelt, feitelijke constateringen op grond van: gedrag, lichamelijke kenmerken, andere signalen.
  • Bij twijfel over het ziektebeeld/symptomen raadpleegt de pedagogisch medewerker de ouders. Mochten er dan nog steeds twijfels bestaan, dan wordt, in overleg met de ouders en/of coördinator, de GGD of de huisarts van het kind ingeschakeld.
  • Bij ernstige ziekte of calamiteit belt de pedagogisch medewerker het algemene alarmnummer (0)112/ of wordt het kind door twee medewerkers naar de SEH gebracht. De locatiemanager en de directie worden hierover ingelicht.
  • Richtlijnen om om ouders/verzorgers te bellen zijn:
    • Gedrag;
    • Lichamelijke kenmerken;
    • lichaamstemperatuur

Als uw kind tijdens de opvangperiode medicijnen in moet nemen, wordt er door de pedagogisch medewerker nagegaan of dit past binnen het protocol ‘ziekte en ongevallen’. In geval van toediening dient er een geneesmiddelenformulier ingevuld te worden. U kunt deze vinden op het ouderportaal.  Zorg er hierbij voor dat u er een nauwkeurige omschrijving van de toediening en eventuele bijwerkingen bij vermeld. 

Handelswijze bij ongevallen

Als een kind tijdens de opvang betrokken raakt bij een ongeval, wordt het kind in eerste instantie getroost en wordt de ernst van het letsel ingeschat. Bij twijfel over de ernst van het letsel wordt er altijd advies gevraagd aan een collega met BHV. Bij ernstige symptomen zoals bijvoorbeeld bewusteloosheid en (vermoedens van) botbreuken, wordt het kind direct door minimaal één medewerker (dit is afhankelijk van de ernst van het letsel) van De Grabbelton begeleid naar de SEH. In dit soort noodsituaties wordt een goede BKR nagestreefd door de inzet van één van de staffuncties. Vervolgens worden de ouders zo snel mogelijk ingelicht.

Bij ongevallen waarbij (mogelijk) letsel is ontstaan, maar waar geen dringende medische zorg vereist is, wordt er contact met ouders opgenomen en overlegd of een consult bij een externe hulpverlener (bijv. huisarts of tandarts) gewenst is.
De medewerkers maken zelf een inschatting of de SEH of huisarts wordt bezocht of 112 wordt gebeld. Achteraf wordt er door de betrokken pedagogisch medewerker(s) een ongevallenregistratieformulier ingevuld en deze wordt ingeleverd bij de locatiemanager. Naar aanleiding van de ingevulde ongevallenregistratieformulieren wordt er actie ondernomen. Punten die herhaaldelijk (meer dan 2 keer per jaar) voorkomen, worden opgenomen in het jaarverslag.

Toediening paracetamol

Wanneer ouders hun zieke kind willen brengen en het kind thuis een paracetamol heeft gekregen, zijn ouders verplicht dit door te geven aan de pedagogisch medewerkers van het desbetreffende kind zodat zij de temperatuur van het kind nauwlettender kunnen monitoren. De temperatuur van deze kinderen kan, wanneer de paracetamol uitgewerkt raakt, opeens snel stijgen. Kinderen die hier gevoelig voor zijn, kunnen hierdoor in een koortsstuip raken. Wanneer de temperatuur van het kind (na uitwerking van de paracetamol) 39,5 graden of hoger is of het kind kan niet mee met het dagritme, worden ouders alsnog gevraagd om hun kind te komen ophalen. Het is dan niet toegestaan dat ouders op de groep alsnog hun kind een paracetamol toedienen.
Medewerkers van De Grabbelton geven uitsluitend paracetamol aan kinderen bij koortsstuipen of wanneer dit op voorschrift van een arts is. 

Allergische reactie

Een kind kan tijdens de opvang een allergische reactie krijgen op bijvoorbeeld een insektensteek, medicatie of van etenswaren. Bij een milde allergische reactie worden de ouders ingelicht en worden eventueel te nemen vervolgstappen besproken. Bij een heftige allergische reactie wordt er direct actie ondernomen.
Wanneer het kind bekend is met een heftige allergie en hij/zij een epi-pen heeft, wordt deze, uitsluitend door een hiertoe bevoegde medewerker, direct volgens de gegeven instructies gezet. Als er een heftige allergische reactie optreedt bij een kind die daarvoor geen bijbehorende medicatie heeft, wordt door de pedagogisch medewerker 112 gebeld.

Wanneer mogen kinderen in ieder geval niet komen?

  • Bof
  • Ernstige diarree
  • Geelzucht
  • Zeer hoge koorts (> 39,5 graden Celsius)
  • Kinkhoest
  • Mazelen
  • Veelvuldig braken
  • Rode hond

Aan ieder kind wordt een mentor toegewezen. De mentor werkt op de groep waar het kind is geplaatst. De mentor voert het intakegesprek met de ouders en volgt de ontwikkeling van het kind en is een belangrijk aanspreekpunt voor ouders. Zes weken na plaatsing bespreekt de mentor het welbevinden van het kind met de ouders. Binnen de zorgstructuur wordt gewerkt met observaties (KIJK systeem). Deze vinden plaats als een kind de leeftijd heeft bereikt van 2 jaar 5 mnd, 2 jaar 11 mnd, 3 jaar 5 mnd en 3 jaar 11 mnd (afhankelijk van de leeftijd bij aanvang). De ouders krijgen kort daarna een gesprekje met de mentor van hun kind over de observatie. Het gesprekje over het welbevinden kan ook bij het halen of brengen plaatsvinden als er geen reden is tot zorg. Bij reden tot zorg wordt een afspraak gemaakt met betreffende ouder(s) en volgt een uitgebreider gesprek. Bij het gesprek 2 jaar 11 mnd, wijzen we de ouders er op om hun kind in te schrijven bij de basisschool.

Wanneer er zorgen zijn over de ontwikkeling van een kind wordt dit besproken in het zorgoverleg (een overleg tussen de coördinator zorg en ontwikkeling en locatiemanager). Rapportage hiervan is terug te vinden in de zorgmap bij de betreffende kind.
Mochten er bijzonderheden rondom de ontwikkeling van het kind zijn, dan wordt de zorgcoördinator ingeschakeld. Zij kan in overleg met de ouders en pedagogisch medewerksters bekijken wat de beste begeleiding is voor het kind.
Bij de laatste observatie wordt gevraagd of ouders toestemming geven om de KIJK gegevens over te dragen naar de ontvangende basisschool.

De pedagogisch medewerkster die de oudergesprekken van een kind heeft gevoerd, doet de overdracht naar de bassischool (St. Jozefschool of een andere basisschool) van het kind dat de maand later naar de basisschool gaat: de zogenaamde koude overdracht (alleen de KIJK-lijnen worden afgegeven) of de warme overdracht (afspraak voor mondelinge toelichting) bij geïndiceerde- en zorgkinderen

In tegenstelling tot de dagopvang en buitenschoolse opvang, kan er over de niet afgenomen dagen geen ruiltegoed opgebouwd worden. Vaste groepen zijn belangrijk om kinderen veiligheid, duidelijkheid en continuïteit te bieden. Deze vaste groepen zijn ook een voorwaarde bij het bieden van een goed VVE-aanbod. De pedagogisch medewerkers stemmen hun aanbod namelijk af op de kinderen die op de betreffende dag gebruikmaken van de opvang.
Daarnaast is het relatief lage tarief van de peuteropvang (in vergelijking tot de dagopvang) niet toereikend om deze mogelijkheid te kunnen bieden.

Indien u geen recht heeft op kinderopvangtoeslag dient u de verklaring: geen recht op kinderopvangtoeslag in te vullen